hij wil/hij wilt. Smeets Tekstcreaties geeft advies

Wat is juist: ‘Hij wil in juni mee naar het concert van Guus Meeuwis’ of ‘Hij wilt mee naar het concert‘?

‘Hij wil in juni naar het concert van Guus Meeuwis’ is goed. Hij wilt is fout. Ook zij wilt is niet goed; het moet zijn:  ‘Zij wil in juni naar het concert‘.

Willen is bijna regelmatig in de tegenwoordige tijd, maar de derde persoon enkelvoud is een uitzondering. Anders dan bij bijna alle andere werkwoorden geldt de regel stam + t hier niet. Het is dus hij wilzij wilSophie wilhet Nederlandse volk wil, niemand wil, wie wil, enzovoort.

Meer voorbeelden:

    • Hij wil alleen maar Hollandse kost.
    • Wil zij echt gaan fietsen in Patagonië.
    • Sophie wil het liefst met rust gelaten worden.
    • Niemand weet wat het Nederlandse volk wil.
    • Wie wil er mee naar het concert van Guus Meeuwis?

    De vorm wilt past alleen bij jij/je en bij u: ‘Jij wilt vast nog wel wat’, ‘alles wat je wil’, ‘U wilt toch ook gelukkig zijn?’

    Bron: Onze Taal

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *