al lang / allang

Dat hangt af van de betekenis.

Al lang = ‘reeds lang, al een lange tijd’
Allang = ‘al’, ‘heus, echt wel’

Toelichting

Enkele voorbeelden:
(1) Ik ben al lang de bewoner van dit huis
(2) Ik ben allang blij dat jij mee gaat naar het concert

Soms is zowel allang als al lang goed:

1) Dat weet ik al lang (al lange tijd).
2) Dat weet ik allang (echt wel)

 Andere voorbeelden

Al weer / alweer
Allesbehalve / alles behalve
Als ook / alsook
Decennia lang / decennialang
Evengoed / even goed
Hoelang / hoe lang
Hoever / hoe ver
Nietwaar / niet waar
Te kort / tekort, te veel / teveel, te goed / tegoed
Ten slotte / tenslotte, ten minste / tenminste, ten einde / teneinde
Weleens / wel eens
Zo juist / zojuist, zo maar / zomaar
Zolang / zo lang, zoveel / zo veel, zomin / zo min
Zoveel mogelijk / zo veel mogelijk

Bron: Taaladvies

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *